|
Niet zomaar beginnen.
Met uw hond fietsen, kan een heerlijke bezigheid zijn waar zowel u als
de hond groot plezier aan kunnen beleven. Daarnaast is het nog gezond
voor lichaam en geest ook! Maar het is wel zaak dat u zich goed
voorbereidt, er kan namelijk nogal wat mis gaan.
Voorbereiding.
Natuurlijk is het van groot belang dat u, voordat u met het
fietsprogramma begint, een aantal mogelijke problemen uitsluit. Een
dierenartsbezoek is daarom een must. Deze zal de algehele conditie van
de hond bekijken en ook controleren of het hart van de hond geen
verborgen gebreken laat horen. Wellicht is het bij bepaalde rassen
wenselijk een foto van de heupgewrichten te maken. Ook zal hij u
adviseren over de leeftijd van de hond waarbij u kunt beginnen met het
samen leren fietsen. Dat is niet alleen per ras verschillend, maar ook
nog per hond. De ene hond ontwikkelt zich natuurlijk anders dan een
ander. Vanzelfsprekend zorgt u ervoor dat uw hond zich heeft ontlast
voordat u met hem gaat fietsen. Niets is zo vervelend als een hond die
tijdens het fietsen plotseling in de bekende houding gaat zitten en u
tot val brengt.
Wennen aan de fiets.
De hond moet er natuurlijk geleidelijk aan wennen om naast de fiets te
lopen of te rennen. Direct beginnen omdat het toevallig wel lijkt te
lukken is niet verstandig. Veelal is het zo dat u uw hond heeft geleerd
dat hij aan uw linkerkant meeloopt. De reden is dat dit traditioneel zo
in de cursussen 'gegroeid' is. Een andere reden is er eigenlijk niet.
Als de hond echter ook tijdens het fietsen aan de linkerkant van de
fiets zou lopen, loopt hij het dichtst bij het verkeer! Tijdens het met
de hond fietsen, moet deze dus geleerd worden aan de rechterkant, de
trottoirrand, van de fiets te lopen. Tijdens de oefensessies beloont u
de hond voor het gewenste gedrag.
U begint gewoon als eerste met de hond de fiets te laten zien. U
loopt er naar toe, beweegt de trappers eens, draait aan het stuur,
rammelt eens met een spatboord en loopt een eindje met de fiets op en
neer als de hond toekijkt. Daarna neemt u de fiets aan uw linkerkant en
de hond rechts. Zo loopt u dan eens een paar keer op en neer. U loopt
dus tussen de fiets en de hond in. Als dat goed gaat bent u toe aan de
volgende stap.
Trainingsmateriaal.
Om verantwoord en veilig met de hond te kunnen fietsen moet u nog een
paar zaken organiseren. Allereerst koopt u een tuigje voor om zijn
borst, zodat de luchtwegen van de hond vrij blijven, ook al zou hij
iets aan de lijn trekken. Als u dan met de hond zou gaan fietsen met de
lijn in uw hand, zou het toch nog erg onveilig zijn. Als uw hond immers
plotseling naar een andere hond wil, trekt hij u met fiets en al omver.
U maakt een flinke smak op het asfalt. Om dat te voorkomen maakt u
gebruik van een zogenaamde Springer.
Het is een beugel met een sterke veer die aan de stang onder het
fietszadel wordt gemonteerd. Doordat de veer de rukken van de hond
volledig opvangt kunt u veilig fietsen zonder te vallen. U hebt uw
handen vrij, de hond wordt immers aan de beugel van de Springer
bevestigd.
Hoe hard mag hij lopen?
De snelheid waarmee u fietst bepaald natuurlijk de snelheid waarmee uw
hond met u mee rent. Het lijkt wel alsof u net zo snel kunt fietsen als
u wilt, hij rent altijd mee. Dat is natuurlijk niet goed, maar uw hond
probeert u gewoon bij te houden. Maar als verstandige eigenaar begint u
natuurlijk rustig aan met een slakkengangetje. Voor u op de fiets is
dat dan heel erg langzaam, maar de hond kan zo even warm lopen. De
juiste snelheid om te beginnen met fietsen is die waarbij de hond juist
van stap overgaat in draf. Geleidelijk aan kunt u oefenen om de
snelheid iets te verhogen, maar nodig is dat niet. Als u te snel
fietst, gaat het gangwerk van de hond over van draf in galop. Dat kunt
u eenvoudig herkennen doordat de rug van de hond in galop als een golf
op en neer gaat. Hij springt als het ware in sprongen voorwaarts. In
draf, de juiste gang, is de rug lijn vrijwel steeds rustig horizontaal.
De draf is het gangwerk welk de hond lang kan volhouden en de beste
spierontwikkeling geeft. De galop is een gangwerk voor korte duur en de
sprint op de korte afstand.
Veiligheid. Het
is van belang dat u de hond een warming-up geeft door in een heel erg
rustig tempo te beginnen. Dit moet elke keer gebeuren. s'Zomers is de
temperatuur van de bodem (asfalt) erg heet. Dat kan tot gevolg hebben
dat de eeltlaag van de voetzooltjes loslaat. Daarnaast kan door de
buitentemperatuur de hond zeer snel oververhit raken. Bij een
buitentemperatuur van meer dan 22 graden en een onbewolkte hemel is het
niet meer verstandig een fietstocht van meer dan 15 minuten te maken.
Een belangrijke wetenswaardigheid is dat de temperatuur 10 cm boven de
grond wel 10 tot 15 graden hoger is dan op borsthoogte. Neem tijdens
het fietsen ook altijd een drinkbakje mee en een flesje water. Handige
opvouwbare drinkbakjes zijn in goede dierenwinkel verkrijgbaar. Denk er
ook aan de hond geen eten te geven vlak voordat u met hem gaat fietsen.
En na thuiskomst moet de hond eerst tot rust gekomen zijn voordat hij
mag drinken. Een handige laatste tip is om in uw mobiele telefoon het
telefoonnummer van uw dierenarts te vermelden voor het geval zich
onderweg een noodsituatie voordoet.
Trainingsschema. Hieronder
ziet u het trainingsschema waarmee u een verantwoorde training kunt
opbouwen. Er is een schema voor jonge honden en een voor volwassen
honden. De getallen die in de tabel genoemd worden zijn minuten, geen
kilometers. De schema's zijn door dierenartsen opgesteld.

|